“Hij
ziet het verschil toch niet,’ denk ik. Dus ik zal het moeten zeggen. Dat ik ver
over mijn pijngrens ben gegaan om ook onderin de kastjes te kunnen boenen.
Ik
bedenk me dat hij ook heus een bijdrage levert aan dat perpetuum mobile van een
huishouden. Op zijn manier. Maar ik kijk dan liever niet. Zodat ik niet zie dat
de stofzuiger in zijn hand de stofhopen in de hoeken standaard overslaat. Zodat
ik mijn aanwijzingen niet hoef in te slikken om geen verontwaardiging over mij
af te roepen. Hoe vaak is tenslotte al niet bewezen dat deze lat al op zijn
hoogst ligt voor hem. Als ík het zus of zo wil, dan zal ik het dus echt zelf
moeten doen.
Goed
dan! Maar dan wil ik wel erkenning. En dat moet hij uit zichzelf geven.
Dus
ik zucht eens diep en zet mijn rechterhand kreunend op mijn onderrug. Frons in
voorhoofd. Man hangt zijn jas op en begint de krant te lezen die op de bar
ligt.
Het
feit dat die bar glimt en opgeruimd is, valt hem niet op. Of in elk geval merkt
hij er niets over op. Dit irriteert me.
Mateloos.
Razernij
voel ik opkomen. “Zeg, luister eens. Twee dagen in de week zorg ik voor de
kinderen én ben ik huisvrouw en dan wil ik daarvoor waardering krijgen. Op
papadag – als ik werk - mag ik blij zijn als óf de vaatwasser is uitgeruimd óf
er een was is gedraaid. Maar dan tref ik die was wel vergeten aan einde dag,
zodat de hele boel zo naar natte hond stinkt dat ík het dus nog een keer moet
draaien, want mannen ruiken dat soort dingen niet. En meestal is de keuken dan
ook nog een ontplofte tomaat die ik na het eten moet schoonpoetsen terwijl
eigenlijk de kinderen extra achter broek moeten worden gezeten omdat ze op tijd
naar bed moeten, zodat het op mama-dag geen drama wordt omdat ze zo moe zijn.”
Het
is een wonder dat hij mijn schreeuwende gedachten die door al mijn poriën naar
buiten stomen, niet hoort. Een geluk. Want mijn buien zijn over het algemeen
nogal onverwacht voor hem, God mag weten waarom.
Ik
kijk nog eens om mij heen en zie een opgeruimde kamer, de jongens spelen samen
met de duplo, vers wasgoed aan het rek in het trapgat, de stofzuiger en het
emmertje met gebruikte poetsdoekjes staan in de hoek, de pastasaus staat
zachtjes te pruttelen met de deksel op de pan, de keuken alweer aan kant, de
pedaalemmer streeploos schoon met een nieuwe zak erin. Eigenlijk voel ik me
heel tevreden. Maar ik had besloten dat ik daarbovenop waardering nodig heb.
Ik
zal dus maatregelen moeten nemen. Zijn spontane erkenning expliciet opeisen.
“Nou,
ik heb dus echt veel gedaan vandaag,” begin ik. En dan volgt een korte,
feitelijk opsomming.
Man - de schat - kijkt
mij liefdevol in de ogen. Ik voel me direct gekalmeerd. Ik krijg een kus en hij zegt met zijn warmste stem
‘dankjewel’. Ja, manlief weet precies wat
’t vrouwtje nodig heeft. Zodat ze het volgende keer weer precies zo doet. Het
geheim van een goed huwelijk.